GRANDE DAME
Zoals ze daar ligt, met haar gebogen rug
halsstarrig naar het water gekeerd, haar blik
zuidwaarts gericht, ontroert ze me
wanneer ik aankom over de brug.
Haar lichaam, met één opgetrokken schouder,
heeft ze over de stuwwal gedrapeerd,
alsof ze, getekend door het leven,
even rusten moest. Oud is ze, ouder
dan ze lijkt, want gepimpt volgens elke mode,
is ze slechts strak aan ’t oppervlak, dun vernis
over haar bewogen geschiedenis.
Verknocht ben ik aan deze stad, met haar grandeur
van oude dame, omdat alles haar al is gepasseerd,
ze zo vrijmoedig en kleurrijk is.
© Marike Dirkx
Colourful City, Stadsbrunch & Sambafestival, Nijmegen 2 september 2007
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
SCHIETGEBED
De deur trek ik zachtjes achter me dicht.
Mijn metgezel van iedere nacht
heb ik toegedekt, in slaap gesust.
Op mijn gezicht het water
weggespoeld met zeep mijn huid
ingedikt mijn metgezel toegekust.
Tot straks, misschien,
of liever later.
Liefst wil ik je niet meer zien.
Wanneer de deur achter me sluit,
trek ik mijn jas aan,
iedere knoop een schietgebed.
Als je niet vertrekt,
als het niet anders kan, neem dan
alsjeblieft minder ruimte in.
© Marike Dirkx
Poëziepuntgl, jaargang 5, nummer 1, maart 2007
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DIERENLEED
Een hyena rekende zich immer rijk,
vrat zich vol aan ieder lijk,
niets ontziend bleef het gulzig kanen.
Op een dag beet het de tanden stuk
en huilde krokodillentranen.
Een krokodil, toevallig daar vlakbij,
gestoord door het vals geschrei,
keek er stomverbaasd van op:
"Wel heb je ooit, dat zijn mijn tranen!",
en vrat de hyena vervolgens op.
(De moraal in dit triest gedicht
is niet wat het lijkt op het eerste gezicht,
ook al is de krokodil nog zo onbehouwen.
Een hyena die andermans tranen plengt,
is gewoon niet te vertrouwen.)
© Marike Dirkx
Publieksprijs Regionale gedichtenwedstrijd Rijk van Nijmegen, 2007
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
TOT BESLUIT
Een voile wil ik voor mijn gezicht
en acht mannen voor mij uit,
in zwarte pandjesjassen,
op hun schouders het gewicht.
Vervolgens as verstrooien
in de plooien van mijn lakens,
voor ik ze op negentig graden was.
Dan zand erover, handenvol,
en handen schudden tot besluit.
© Marike Dirkx
Poëziepuntgl, jaargang 2, nummer 1, maart 2004
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
ADEM IN ROOKWOLKEN UIT
de brug in de verte tegen een bleke
winterzon ik hoor het verkeer constant
achtergrondgeruis water op het strand
maakt golfjes nu een sigaret weken
geleden de laatste opgestoken hand
reikt in de lucht een vliegtuig en vijf rot-
ganzen proberen een V houdt geen stand
moet loslaten en jij steeds buiten schot
blijf jij bij me en laat me niet alleen
adem in rookwolken uit de schoorsteen
van de centrale aan de overkant
en ik hier gebukt strik ik mijn veters
het water wist je ik weet niets beters
dan laten voeten sporen in het zand
© Marike Dirkx
LaVita Publishing (www.la-vita.nl/Gedichten/Gedichten.htm) , 2004

